Triple test
De Triple test wordt tijdens de zwangerschap verricht en betreft een bloedonderzoek van de moeder. De Triple test wordt gedaan om te onderzoeken of er een kans bestaat op één van de volgende drie aandoeningen, namelijk een open ruggetje, open schedeltje of het Downsyndroom.
De Triple test kan worden gedaan vanaf de vijftiende week van de zwangerschap. Daarna kan er om eventueel meer zekerheid te krijgen over de aanwezigheid van het Downsyndroom, een vruchtwaterpunctie worden uitgevoerd. Er wordt bloed afgenomen bij de moeder, waarbij er bepaalde stoffen worden gemeten. Een van de stoffen, die onderzocht zal worden, is AFP. De stof AFP zou bij een kindje met het Downsyndroom minder aanwezig zijn in het bloed van de moeder. Naar aanleiding van de gemeten stoffen en in combinatie met de leeftijd van de moeder, kan de kans op aanwezigheid van het Downsyndroom berekend worden. Hierbij geldt dat de duur van de zwangerschap van belang is. Als de berekende uitslag een kans van minder dan één op 250 laat zien, dan wordt de uitslag als gunstig beschouwd. Is daarentegen de kans groter dan één op 250 dan zal besproken worden of er een vruchtwaterpunctie moet volgen.



